In aanwezigheid van minister-president J.E. de Quay en S.H.
Visser, minister van Defensie, leggen koningin Juliana en
prins Bernhard een krans bij het Nationaal Monument te
Amsterdam ter nagedachtenis aan de gevallenen van WO II. 's
Avonds vindt er een herdenkingsbijeenkomst plaats in de
Ridderzaal, waarbij met een toespraak van minister J.M.L.T.
Cals en Juliana de erelijst van gevallenen aan de
Staten-Generaal wordt overgedragen. De boeken worden
overgebracht naar de hal van de Tweede Kamer, waar ze in een
schrijn worden gelegd. De prinsessen Beatrix, Irene, Margriet
en Marijke hijsen vervolgens de door prinses Wilhelmina
geschonken vlag. Met beelden van het oorlogsmonument van Mari
Andriessen te Enschede en het oorlogsmonument De Boeg voor
gevallenen van de koopvaardij te Rotterdam.
De volgende dag wordt op De Dam te Amsterdam de bevrijding
herdacht met een vlaggenparade van jongeren langs Beatrix.
Leerlingen van het Scapino Ballet voeren dansen op. In Ede
biedt de Koninklijke Landmacht Juliana een erepodium aan dat
het in WO II vernielde podium vervangt. Vervolgens slaan
Juliana en Bernhard het defilé van het leger gade.