Prinses Beatrix arriveert op het Juliana-vliegveld te St.
Maarten. Per auto rijdt ze naar Philipsburg en vanaf het
balkon van het gezaghebbershuis neemt ze een zanghulde van
schoolkinderen in ontvangst.
Met het fregat Van Speijk gaat ze naar Saba, waar ze met een
sloep aan wal gaat. Per jeep rijdt ze naar de administrateur
van het eiland. Vervolgens gaat ze met het fregat naar St.
Eustatius, waar ze een bezoek brengt aan het fort Oranje en
op muziek van een steeldrumband een defilé van de bevolking
afneemt.
Enkele dagen later vliegt ze boven Suriname. Na de landing op
vliegveld Zanderij krijgt ze bloemen aangeboden van de
dochter van minister-president Johan Ferrier en de erewacht
inspecteert. Vervolgens rijdt ze met Z.E. van Tilburg,
gouverneur van Suriname, naar Paramaribo.