Maarten Loonen reist al 25 jaar met de brandgans mee naar het noorden. Als in het voorjaar de graskwaliteit in Europa afneemt, vliegen de ganzen naar het noorden, waaronder Spitsbergen, waar ze hun jongen krijgen. Loonen doet onderzoek naar de ganzen en het gras dat de dieren eten. De schommeling in het aantal ganzen wordt bepaald door de hoeveelheid eiwitrijk voorjaarsgras, predatoren (vossen, ijsberen) en ziekten.
Vlak voor de herfst leren de jonge ganzen vliegen en trekt de populatie terug naar Europa. Een deel van de jongen overleeft de lange reis niet.
Biologen hebben waargenomen dat door klimaatverandering het aankomsttijdstip van de ganzen in het noorden vervroegd is. Ook blijven steeds meer ganzen in Nederland en elders in Europa, omdat de kwaliteit van het gras steeds beter is. De ganzenpopulaties die wel naar het noorden trekken hebben echter minder te lijden door ziekten.
INTERVIEW met Maarten Loonen, bioloog.
SHOTS:
00:02:22 brandganzen in vlucht; brandganzen op grasvlakte op Spitsbergen; Loonen laat een nest met vier eieren zien; brandganzen met kuikens; vos; ijsbeer; ijsbeer eet een prooi; brandganzen in vlucht, terwijl het sneeuwt (slow motion); Loonen vaart met een motorbootje over de wateren bij Spitsbergen; kauwende vos; ijsbeer; gletsjer; ganzen met kuikens; zeehond op het ijs; Loonen meet de lengte van het gras;
00:10:59 grazende gans; poepende gans met ring om poot; Loonen laat ganzenkeutel zien; grazende rendieren; gletsjer; grazende ganzen in Nederland; Loonen en een student doen onderzoek naar kuikens; ganzen in vlucht.