Wekelijkse documentaire. In deze aflevering een vraaggesprek
met Hans Citroen, voormalig artistiek leider van het
Residentie Orkest en voormalig perschef van het Holland
Festival, over het muziekleven van na de Tweede Wereldoorlog,
afgewisseld met historische opnamen uit het omroeparchief.
Gespreksonderwerpen zijn: de vele bestuurlijke functies, in
binnen- en buitenland, die hij in de loop der jaren vervuld
heeft; de radio- en televisieprogramma's, die hij gemaakt
heeft; zijn assistentie bij de organisatie van het
muziekconcours in 1948 te Eindhoven; de stukjes die hij
schreef voor het Haags Dagblad; het zomerfestival van 1948,
wat voor hem de eerste ervaring met een 'operaproductie in
wording' was; de vele concerten die hij in zijn jeugd in het
Kurhaus hoorde; de muzikale rivaliteit tussen Amsterdam en
Den Haag; de rivaliteit tussen het Residentie Orkest en het
Concertgebouworkest; de vele tournees die het Residentie
Orkest maakte en de afgunst die het opriep bij het
Concertgebouworkest; Het ontstaan van het Holland Festival en
de uitvoering van 'Der Rosenkavalier' die hij tijdens de
eerste editie van dit festival hoorde; zijn contacten en
samenwerking met Willem van Otterloo; de concertprogrammering
van het Residentie Orkest, die door Citroen en Van Otterloo
gemaakt werd, tijdens de vele reizen die zij samen maakten;
de verlegenheid van Van Otterloo en zijn geringe gevoel voor
public relations; de gastdirigenten bij het Residentie
Orkest; de mening van Van Otterloo over eigentijdse muziek en
zijn opvatting om de uitvoeringen ervan aan gastdirigenten
over te laten; Van Otterloo's grote liefde voor het Franse
repertoire; de reacties van Van Otterloo op de benoeming van
Bernard Haitink als dirigent van het Concertgebouworkest en
het feit dat hij gepasseerd werd voor deze functie; de
prikkels die Van Otterloo schijnbaar nodig had om tijdens een
concert goed te presteren.
Wekelijkse documentaire. In deze aflevering een vraaggesprek
met Hans Citroen, voormalig artistiek leider van het
Residentie Orkest en voormalig perschef van het Holland
Festival, over het muziekleven van na de Tweede Wereldoorlog,
afgewisseld met historische opnamen uit het omroeparchief.
Gespreksonderwerpen zijn: de vele bestuurlijke functies, in
binnen- en buitenland, die hij in de loop der jaren vervuld
heeft; de radio- en televisieprogramma's, die hij gemaakt
heeft; zijn assistentie bij de organisatie van het
muziekconcours in 1948 te Eindhoven; de stukjes die hij
schreef voor het Haags Dagblad; het zomerfestival van 1948,
wat voor hem de eerste ervaring met een 'operaproductie in
wording' was; de vele concerten die hij in zijn jeugd in het
Kurhaus hoorde; de muzikale rivaliteit tussen Amsterdam en
Den Haag; de rivaliteit tussen het Residentie Orkest en het
Concertgebouworkest; de vele tournees die het Residentie
Orkest maakte en de afgunst die het opriep bij het
Concertgebouworkest; Het ontstaan van het Holland Festival en
de uitvoering van 'Der Rosenkavalier' die hij tijdens de
eerste editie van dit festival hoorde; zijn contacten en
samenwerking met Willem van Otterloo; de concertprogrammering
van het Residentie Orkest, die door Citroen en Van Otterloo
gemaakt werd, tijdens de vele reizen die zij samen maakten;
de verlegenheid van Van Otterloo en zijn geringe gevoel voor
public relations; de gastdirigenten bij het Residentie
Orkest; de mening van Van Otterloo over eigentijdse muziek en
zijn opvatting om de uitvoeringen ervan aan gastdirigenten
over te laten; Van Otterloo's grote liefde voor het Franse
repertoire; de reacties van Van Otterloo op de benoeming van
Bernard Haitink als dirigent van het Concertgebouworkest en
het feit dat hij gepasseerd werd voor deze functie; de
prikkels die Van Otterloo schijnbaar nodig had om tijdens een
concert goed te presteren.