Wekelijkse documentaire. In deze aflevering een vraaggesprek
met Johan van der Meer, oud dirigent van de voormalige
Groningse Bachvereniging, over het muziekleven van na de
Tweede Wereldoorlog, afgewisseld met historische opnamen uit
het omroeparchief.
Gespreksonderwerpen zijn: de komst van Concentus Musicus Wien
o.l.v. Nikolaus Harnoncourt voor de eerste keer in Nederland
in 1973 bij de Groningse Bachvereniging, voor de eerste
authentieke Matthaeuspassion, mogelijk geworden door
bemiddeling van Johan van der Meer; het contact met organist
Harald Vogel vanaf 1969, die grote invloed had op Van der
Meer, aangaande de uitvoeringspraktijk van barokmuziek; de
beginperiode als musicus en zijn opleiding aan de technische
school, waardoor hij nog enige tijd bij Fokker werkte; zijn
start als koordirigent in de jaren veertig; zijn staatsexamen
piano in 1943 en zijn leraarschap aan de muziekschool van
Groningen; de eerste uitvoering met de Groningse
Bachvereniging in 1945 van het 'Magnificat' van J.S. Bach;
zijn directielessen in Den Haag bij Willem van Otterloo vanaf
1946; zijn leraarschap aan het conservatorium van Groningen;
zijn opvattingen over barokmuziek, aangaande
articulatietechnieken en non-legato zingen; de ontwikkeling
van een eigen articulatietechniek voor zijn koor; de
problemen die ontstonden met het Noordelijk Filharmonisch
Orkest bij de begeleiding van de Groningse Bachvereniging,
door de eigenzinnige opvattingen van Van der Meer en die er
in 1970 toe leidde dat hij zijn eigen concert niet mocht
dirigeren; de moeizame samenwerking in de beginperiode met
Concentus Musicus Wien door zijn toen nog beperkte kennis van
oude muziek; emoties en ontroering in de muziek ondanks de
straffe barokopvatting; het dubbelvioolconcert van J.S. Bach
uitgevoerd in 1971 door violisten Alice Harnoncourt en
Sigiswald Kuyken, dat door hun verschillende manier van
spelen geen succes werd; de stijlverschillen tussen Concentus
Musicus Wien van Harnoncourt en Nederlandse
barokspecialisten; het vibreren tijdens het musiceren zowel
door instrumentalisten als door zangers.
Wekelijkse documentaire. In deze aflevering een vraaggesprek
met Johan van der Meer, oud dirigent van de voormalige
Groningse Bachvereniging, over het muziekleven van na de
Tweede Wereldoorlog, afgewisseld met historische opnamen uit
het omroeparchief.
Gespreksonderwerpen zijn: de komst van Concentus Musicus Wien
o.l.v. Nikolaus Harnoncourt voor de eerste keer in Nederland
in 1973 bij de Groningse Bachvereniging, voor de eerste
authentieke Matthaeuspassion, mogelijk geworden door
bemiddeling van Johan van der Meer; het contact met organist
Harald Vogel vanaf 1969, die grote invloed had op Van der
Meer, aangaande de uitvoeringspraktijk van barokmuziek; de
beginperiode als musicus en zijn opleiding aan de technische
school, waardoor hij nog enige tijd bij Fokker werkte; zijn
start als koordirigent in de jaren veertig; zijn staatsexamen
piano in 1943 en zijn leraarschap aan de muziekschool van
Groningen; de eerste uitvoering met de Groningse
Bachvereniging in 1945 van het 'Magnificat' van J.S. Bach;
zijn directielessen in Den Haag bij Willem van Otterloo vanaf
1946; zijn leraarschap aan het conservatorium van Groningen;
zijn opvattingen over barokmuziek, aangaande
articulatietechnieken en non-legato zingen; de ontwikkeling
van een eigen articulatietechniek voor zijn koor; de
problemen die ontstonden met het Noordelijk Filharmonisch
Orkest bij de begeleiding van de Groningse Bachvereniging,
door de eigenzinnige opvattingen van Van der Meer en die er
in 1970 toe leidde dat hij zijn eigen concert niet mocht
dirigeren; de moeizame samenwerking in de beginperiode met
Concentus Musicus Wien door zijn toen nog beperkte kennis van
oude muziek; emoties en ontroering in de muziek ondanks de
straffe barokopvatting; het dubbelvioolconcert van J.S. Bach
uitgevoerd in 1971 door violisten Alice Harnoncourt en
Sigiswald Kuyken, dat door hun verschillende manier van
spelen geen succes werd; de stijlverschillen tussen Concentus
Musicus Wien van Harnoncourt en Nederlandse
barokspecialisten; het vibreren tijdens het musiceren zowel
door instrumentalisten als door zangers.