Wekelijkse documentaire. In deze aflevering een vraaggesprek
met componist Simeon ten Holt, over het muziekleven van na de
Tweede Wereldoorlog, afgewisseld met historische opnamen uit
het omroeparchief.
Gespreksonderwerpen zijn: zijn persoonlijke visie op de zin
van het bestaan en het doel van het leven in samenhang met
zijn muziekbeeld; de tegenzin om naar zijn eigen composities
te luisteren, die hij ook vaak, als het om ouder werk van
hemzelf gaat, niet eens herkent; de compositiestijl van zijn
oudere werken, waarin werd afgerekend met de tonaliteit
waardoor een nieuwe tonaliteit kon ontstaan; zijn opleiding
en compositiestudie bij Jakob van Domselaer, wat in zijn ogen
een conventionele en klassieke scholing was; zijn contact met
het modernisme in de muziek; de studieperiode in Parijs en
zijn zoektocht naar iets wat hij niet kende in zichzelf; het
loskomen van het calvinisme,
waardoor er meer "Sturm und Drang" in zijn leven kwam; het
belang van klankkleur in zijn muziek, wat volgens hem de
essentie van seriële muziek is; het weinig persoonlijke enhet
te intellectuele karakter van zijn oudere composities, wat
niet bij zijn natuur paste en waaruit bleek dat seriële
muziek niet zijn stijl was; zijn compositie 'Atalon' uit
1968, die hij als seriële compositie wel geslaagd vindt; zijn
studie sonologie in Utrecht na zijn seriële periode, waardoor
hij meer inzicht kreeg in de structuur van geluid, maar
muzikaal toch niet precies begreep waar hij mee bezig was;
het ontstaan van zijn compositie 'Canto ostinato' in deze
periode, waarin het gevoel is teruggekeerd; de operaties die
hij moest ondergaan en de invloed die deze hadden op zijn
componistenleven; compositie 'Natalon' uit 1980, die hij als
een bevestiging ziet van hetgeen hij in 'Atalon' reeds
aangedurfd had; de samenwerking met pianist Kees Wieringa; de
reacties van het publiek op zijn muziek, waarvan hij niet
veel begrijpt; de vorm en het tooncentrum in zijn muziek,
waar hij nu veel waarde aan hecht, in tegenstelling tot zijn
seriële periode.
Wekelijkse documentaire. In deze aflevering een vraaggesprek
met componist Simeon ten Holt, over het muziekleven van na de
Tweede Wereldoorlog, afgewisseld met historische opnamen uit
het omroeparchief.
Gespreksonderwerpen zijn: zijn persoonlijke visie op de zin
van het bestaan en het doel van het leven in samenhang met
zijn muziekbeeld; de tegenzin om naar zijn eigen composities
te luisteren, die hij ook vaak, als het om ouder werk van
hemzelf gaat, niet eens herkent; de compositiestijl van zijn
oudere werken, waarin werd afgerekend met de tonaliteit
waardoor een nieuwe tonaliteit kon ontstaan; zijn opleiding
en compositiestudie bij Jakob van Domselaer, wat in zijn ogen
een conventionele en klassieke scholing was; zijn contact met
het modernisme in de muziek; de studieperiode in Parijs en
zijn zoektocht naar iets wat hij niet kende in zichzelf; het
loskomen van het calvinisme,
waardoor er meer "Sturm und Drang" in zijn leven kwam; het
belang van klankkleur in zijn muziek, wat volgens hem de
essentie van seriële muziek is; het weinig persoonlijke enhet
te intellectuele karakter van zijn oudere composities, wat
niet bij zijn natuur paste en waaruit bleek dat seriële
muziek niet zijn stijl was; zijn compositie 'Atalon' uit
1968, die hij als seriële compositie wel geslaagd vindt; zijn
studie sonologie in Utrecht na zijn seriële periode, waardoor
hij meer inzicht kreeg in de structuur van geluid, maar
muzikaal toch niet precies begreep waar hij mee bezig was;
het ontstaan van zijn compositie 'Canto ostinato' in deze
periode, waarin het gevoel is teruggekeerd; de operaties die
hij moest ondergaan en de invloed die deze hadden op zijn
componistenleven; compositie 'Natalon' uit 1980, die hij als
een bevestiging ziet van hetgeen hij in 'Atalon' reeds
aangedurfd had; de samenwerking met pianist Kees Wieringa; de
reacties van het publiek op zijn muziek, waarvan hij niet
veel begrijpt; de vorm en het tooncentrum in zijn muziek,
waar hij nu veel waarde aan hecht, in tegenstelling tot zijn
seriële periode.