Wekelijkse documentaire. In deze aflevering een vervolg van
het vraaggesprek dd. 19-4-1998 met Anton Kersjes,
oud-dirigent van het voormalig Tuschinski Orkest en het
voormalig Kunstmaandorkest, over het muziekleven van na de
Tweede Wereldoorlog, afgewisseld met opnamen uit het
omroeparchief. Gespreksonderwerpen zijn: de concertseries
voor Albert Heijn; de muzikale kwaliteiten van dirigent
Willem van Otterloo en de voorbeeldfunctie, die de dirigenten
Jean Fournet en Eduard van Beinum voor Kersjes hadden; de
invloed die de dirigent heeft op een orkest en de aanleg die
men van nature moet bezitten om een goed dirigent te worden;
de programmering en de mondelinge toelichting op de muziek
tijdens de concerten als middel om moeilijke en moderne
stukken voor het publiek aantrekkelijker te maken; zijn
waardering voor de muziek van componist Dmitri Sjostakovitsj
nog voordat zijn muziek bij het grote publiek populair werd;
zijn programmering van de muziek van Sjostakovitsj; het
inhuren van gastdirigenten voor muziek waar hij geen
affiniteit mee had; de komst van Russische musici bij het
Kunstmaandorkest en de moeilijkheden die daarbij overwonnen
moesten worden; de relatief geringe gastdirigenten die er in
de begintijd bij het orkest geweest zijn en de mening van
Kersjes over dit beleid; zijn geringe belangstelling voor
gastoptredens bij andere orkesten, omdat hij zich meer een
man voor een vast orkest voelde.
Wekelijkse documentaire. In deze aflevering een vervolg van
het vraaggesprek dd. 19-4-1998 met Anton Kersjes,
oud-dirigent van het voormalig Tuschinski Orkest en het
voormalig Kunstmaandorkest, over het muziekleven van na de
Tweede Wereldoorlog, afgewisseld met opnamen uit het
omroeparchief. Gespreksonderwerpen zijn: de concertseries
voor Albert Heijn; de muzikale kwaliteiten van dirigent
Willem van Otterloo en de voorbeeldfunctie, die de dirigenten
Jean Fournet en Eduard van Beinum voor Kersjes hadden; de
invloed die de dirigent heeft op een orkest en de aanleg die
men van nature moet bezitten om een goed dirigent te worden;
de programmering en de mondelinge toelichting op de muziek
tijdens de concerten als middel om moeilijke en moderne
stukken voor het publiek aantrekkelijker te maken; zijn
waardering voor de muziek van componist Dmitri Sjostakovitsj
nog voordat zijn muziek bij het grote publiek populair werd;
zijn programmering van de muziek van Sjostakovitsj; het
inhuren van gastdirigenten voor muziek waar hij geen
affiniteit mee had; de komst van Russische musici bij het
Kunstmaandorkest en de moeilijkheden die daarbij overwonnen
moesten worden; de relatief geringe gastdirigenten die er in
de begintijd bij het orkest geweest zijn en de mening van
Kersjes over dit beleid; zijn geringe belangstelling voor
gastoptredens bij andere orkesten, omdat hij zich meer een
man voor een vast orkest voelde.