Wekelijkse documentaire. In deze aflevering een vraaggesprek
met componist Ton de Kruyf, over het muziekleven van na de
Tweede Wereldoorlog,
afgewisseld met historische opnamen uit het omroeparchief.
Gespreksonderwerpen zijn: de verbreding van zijn muzikale
horizon door het maken van verre reizen; de ernstige ziekte
die hij heeft overwonnen; de grote productiviteit bij het
componeren na het herstel van zijn ziekte; de compositie waar
hij op dit ogenblik mee bezig is; de ontwikkeling in zijn
componeerstijl; zijn waardering voor het vioolconcert van
Hans Henkemans; het belang van Gaudeamus voor jonge
componisten en de jaarlijkse wedstrijd, die door deze
stichting geoganiseerd wordt, waaraan vele vooraanstaande
componisten hebben meegedaan; het vermogen om over de eigen
composties te kunnen praten; het orkestreren van werk van de
componist Arnold Schönberg, dat op hem een technische indruk
maakt; de 'Notenkrakersacties', waaraan hij niet heeft
meegedaan, omdat hij voor studie in Duitsland zat en omdat
hij, doordat zijn werken werden uitgevoerd, ook eigenlijk
niets te klagen had; zijn stijl die meer internationaal dan
nationaal gericht is; zijn waardering voor de composities van
Dmitri Sjostakovitsj en de geringe acceptatie van zijn
muziek, in het verleden; zijn opera 'Spinoza' op een libretto
van Dimitri Frenkel Frank, die tijdens het Holland Festival
van 1971 in première ging; de reacties op zijn opera door
pers, zangers en collega's; de reacties van recensent Hans
Heg op de stijl van zijn composities; de samenwerking met
schrijver Harry Mulisch bij de radiofonische opera
'Quauhquauhtinchan in den vreemde' uit 1971; zijn interesse
voor literatuur; de samenwerking met schrijver Peter te Nuyl
bij zijn radiofonische opera 'Since on a quiet night' en de
grote invloed, die Nuyl had op de totstandkoming van deze
compositie.
Wekelijkse documentaire. In deze aflevering een vraaggesprek
met componist Ton de Kruyf, over het muziekleven van na de
Tweede Wereldoorlog,
afgewisseld met historische opnamen uit het omroeparchief.
Gespreksonderwerpen zijn: de verbreding van zijn muzikale
horizon door het maken van verre reizen; de ernstige ziekte
die hij heeft overwonnen; de grote productiviteit bij het
componeren na het herstel van zijn ziekte; de compositie waar
hij op dit ogenblik mee bezig is; de ontwikkeling in zijn
componeerstijl; zijn waardering voor het vioolconcert van
Hans Henkemans; het belang van Gaudeamus voor jonge
componisten en de jaarlijkse wedstrijd, die door deze
stichting geoganiseerd wordt, waaraan vele vooraanstaande
componisten hebben meegedaan; het vermogen om over de eigen
composties te kunnen praten; het orkestreren van werk van de
componist Arnold Schönberg, dat op hem een technische indruk
maakt; de 'Notenkrakersacties', waaraan hij niet heeft
meegedaan, omdat hij voor studie in Duitsland zat en omdat
hij, doordat zijn werken werden uitgevoerd, ook eigenlijk
niets te klagen had; zijn stijl die meer internationaal dan
nationaal gericht is; zijn waardering voor de composities van
Dmitri Sjostakovitsj en de geringe acceptatie van zijn
muziek, in het verleden; zijn opera 'Spinoza' op een libretto
van Dimitri Frenkel Frank, die tijdens het Holland Festival
van 1971 in première ging; de reacties op zijn opera door
pers, zangers en collega's; de reacties van recensent Hans
Heg op de stijl van zijn composities; de samenwerking met
schrijver Harry Mulisch bij de radiofonische opera
'Quauhquauhtinchan in den vreemde' uit 1971; zijn interesse
voor literatuur; de samenwerking met schrijver Peter te Nuyl
bij zijn radiofonische opera 'Since on a quiet night' en de
grote invloed, die Nuyl had op de totstandkoming van deze
compositie.