Wekelijkse documentaire. In deze aflevering aandacht voor de
historische muziekpraktijk in Nederland.
Onder leiding van Jolande van der Klis blikken Frans van
Rossum, Jos van Veldhoven en Jed Wentz terug op 50
afleveringen 'Gezocht verleden' over de groei en bloei van de
oude muziek in Nederland.
Gespreksonderwerpen zijn o.a.: de verschillen die bestaan
tussen meerdere opnamen van hetzelfde werk, die in deze
documentaire te horen zijn; het beluisteren en uitvoeren van
oude muziek met 20e eeuwse oren, waardoor het altijd een
benadering van de werkelijkheid blijft; het risico om bij
onbekend repertoire of door nieuwe muzikale inzichten het
publiek te verliezen, waardoor de financiële basis zwakker
wordt; het beperkte aantal zangers die belcanto kunnen
zingen, omdat de opleiding van vocalisten nog steeds erg
gericht is op de 19e eeuw; de stelling dat vocale muziek
alleen kan worden uitgevoerd door zangers afkomstig uit het
land of streek waar die muziek ontstaan is, de zgn.
moedertaaltheorie; de ophef die onstond bij de uitvoering in
1982 van 'Die Zauberflöte' o.l.v. Ton Koopman, waarbij in de
regie gebruik gemaakt werd van de 'barokgestiek'; de
Muziekkring Obrecht, die met hun uitvoeringen op de radio een
voortrekkersrol vervulde in de oude muziekpraktijk.
In deze documentaire worden ter illustratie geluidsfragmenten
gebruikt van: Sigiswald Kuyken, Stanley Hoogland, Frans
Brüggen, Philippe Herreweghe, Ton Koopman, Hans van den
Hombergh en Gustav Leonhardt. Inclusief Leonhardts dankrede
bij de uitreiking van de Erasmusprijs in 1980.
De documentaire wordt omlijst met oude muziek.
Wekelijkse documentaire. In deze aflevering aandacht voor de
historische muziekpraktijk in Nederland.
Onder leiding van Jolande van der Klis blikken Frans van
Rossum, Jos van Veldhoven en Jed Wentz terug op 50
afleveringen 'Gezocht verleden' over de groei en bloei van de
oude muziek in Nederland.
Gespreksonderwerpen zijn o.a.: de verschillen die bestaan
tussen meerdere opnamen van hetzelfde werk, die in deze
documentaire te horen zijn; het beluisteren en uitvoeren van
oude muziek met 20e eeuwse oren, waardoor het altijd een
benadering van de werkelijkheid blijft; het risico om bij
onbekend repertoire of door nieuwe muzikale inzichten het
publiek te verliezen, waardoor de financiële basis zwakker
wordt; het beperkte aantal zangers die belcanto kunnen
zingen, omdat de opleiding van vocalisten nog steeds erg
gericht is op de 19e eeuw; de stelling dat vocale muziek
alleen kan worden uitgevoerd door zangers afkomstig uit het
land of streek waar die muziek ontstaan is, de zgn.
moedertaaltheorie; de ophef die onstond bij de uitvoering in
1982 van 'Die Zauberflöte' o.l.v. Ton Koopman, waarbij in de
regie gebruik gemaakt werd van de 'barokgestiek'; de
Muziekkring Obrecht, die met hun uitvoeringen op de radio een
voortrekkersrol vervulde in de oude muziekpraktijk.
In deze documentaire worden ter illustratie geluidsfragmenten
gebruikt van: Sigiswald Kuyken, Stanley Hoogland, Frans
Brüggen, Philippe Herreweghe, Ton Koopman, Hans van den
Hombergh en Gustav Leonhardt. Inclusief Leonhardts dankrede
bij de uitreiking van de Erasmusprijs in 1980.
De documentaire wordt omlijst met oude muziek.