PRESENTATIE RAPPORT PARLEMENTAIRE ENQUETE SREBRENICA

Rechtstreekse uitzending, verzorgd door NOS Actueel, van de presentatie van het eindrapport 'Missie zonder Vrede' van de parlementaire enquêtecommissie Srebrenica, die de rol van de Nederlandse vredestroepen (Dutchbat), de Nederlandse politiek en de VN onderzocht voor, tijdens en na de val van de moslim-enclave Srebrenica in juli 1995 en de massamoord daarna op de mannelijke moslim-bevolking door Servische troepen. Na de presentatie van het rapport in de oude zaal van de Tweede Kamer vindt daar een toelichting en een persconferentie plaats, gevolgd door een reactie van Dutchbat vanuit Assen en gesprekken vanuit de studio in Den Haag. Presentatie vanuit de Haagse studio door Ferry Mingelen.
2003-01-27
xsd:date
De parlementaire enquêtecommissie, bestaande uit de Kamerleden Bibi de Vries (VVD), Bert Koenders (PvdA), Aart Mosterd (CDA), Tineke Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Fenna Vergeer-Mudde (SP) en voorzitter Albert Dirk Bakker (D66) werd in juni 2002 door de Kamer benoemd en heeft van 6 november tot 7 december 2002 hoorzittingen gehouden. De commissie heeft zich bezigghouden met de vraag of Dutchbat de val van de enclave had kunnen voorkomen, of de Tweede Kamer en de kabinetten-Kok en -Balkenende verantwoorde beslissingen genomen hebben en of de Koninklijke Landmacht het falen van Dutchbat in de doofpot gestopt heeft. 12:00:56 PRESENTATIE VAN HET RAPPORT VERKLARINGEN van: - voorzitter Bakker, geflankeerd door Kamervoorzitter Weisglas en de voltallige enquêtecommissie. Hij meldt dat de commissie de opdracht had om in kort tijdsbestek onderzoek te doen, op basis van het in 2002 verschenen NIOD-rapport, maar daarbij toch geprobeerd heeft de val van de enclave en de slachtoffers voor ogen te houden. Hij meldt ook dat de conclusies unaniem door alle commissieleden worden onderschreven; - Weisglas, die spreekt van "een der snelste commissies ooit", die in zeven maanden tijd aan de eis heeft voldaan en hij belooft op een spoedige, maar zorgvuldige behandeling door de Kamer toe te zien. SHOTS: aanbieden van het rapport door Bakker aan Weisglas; cu's rapport 'Missie zonder Vrede'. * 12:10:10 TOELICHTING OP HET RAPPORT VERKLARING van Bakker die een nadere toelichting geeft op het ontstaan van het rapport, dat zich onderscheidt van het NIOD-rapport door de openbare verhoren van de politieke, ambtelijke en militaire verantwoordelijken. Er zijn geen nabestaanden gehoord, maar er is wel een bezoek gebracht in Bosnië aan de organisaties van vrouwen van Srebrenica en een verslag van dit bezoek is in het rapport opgenomen. Van de VN-verantwoordelijken heeft alleen toenmalig VN-opperbevelhebber Rupert Smith ingestemd met een openbaar verhoor. Bakker geeft aan dat het onderzoek zich op vier fases geconcentreerd heeft, waarbij de commissie de volgende conclusies getrokken heeft: - fase 1: besluit tot uitzending van de luchtmobiele brigade. Er heeft geen integrale besluitvorming van kabinet en Tweede Kamer plaatsgevonden; humanitaire factoren werden belangrijker geacht dan de haalbaarheid van de missie; militaire bezwaren over de effectiviteit van de missie kregen geen aandacht. De aard en de ernst van het conflict zijn door de politiek niet onderkend en het kabinet had vooraf geen strategie bepaald voor onderhandelingen met de VN over de uitzending, de specifieke locatie Srebrenica en het mandaat van Dutchbat. - fase 2: de aanloop tot de val van de enclave. Minister Joris Voorhoeve van Defensie heeft in mei 1995 een bezoek aan Srebrenica gebracht en meldde toen dat de situatie uitzichtloos was. Daarop heeft het kabinet gepoogd de internationale aanwezigheid in het gebied te versterken, maar dat had voorafgaand aan de uitzending van Dutchbat moeten plaatsvinden; bovendien waren evacuatieplannen voor Dutchbat onvoldoende uitgewerkt. - fase 3: de val van de enclave. De VN wordt in hoge mate verantwoordelijk gehouden voor de val. In mei 1995 heeft de VN laten weten dat de eigen veiligheid van de troepen boven uitvoering van het mandaat stond. De opdracht van de VN tot het instellen van zgn. "blocking positions" ter verdediging tegen de aanval zijn onvoldoende bij Dutchbat doorgedrongen. De verwachting van Dutchbat van luchtsteun om de Servische aanval te stoppen waren volledig terecht en toenmalig VN-opperbevelhebber Janvier was verantwoordelijk voor het uitblijven daarvan. De hogere UNPROFOR-leiding is tekort geschoten in de bescherming en de evacuatie van de vluchtelingen. Dutchbat heeft met inzet en compassie op de vluchtelingenstroom gereageerd, al had de bataljonscommandant de compound open moeten stellen. Er zijn geen oorlogsmisdaden door Dutchbat gepleegd, maar alleen door de Serviërs. Dutchbat heeft weliswaar het gevaar voor de moslim-mannen onderschat, maar kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor de scheiding van moslim-mannen en -vrouwen en was niet in staat om het afvoeren van de moslim-mannen tegen te houden. Minister Voorhoeve had Dutchbat duidelijker instructies moeten geven t.a.v. de zgn. "blocking positions" en het niet meewerken aan de scheiding van mannen en vrouwen. Het Kabinet-Kok heeft in het algemeen adequaat gehandeld, al is de betekenis van de term "lotsverbondenheid met de vluchtelingen" in de ministerraad niet uitgediscussieerd en is onderschat waartoe de Serviërs in staat waren. - fase 4: de nasleep en de verwerking van de informatie. Nooit mag meer sprake zijn van onvoldoende informatievoorziening van de Landmacht aan de minister van Defensie omdat dit hem belemmert in zijn verantwoordingsplicht aan de Kamer; daartoe zijn fundamentele hervormingen in defensie noodzakelijk. H.A. Couzy heeft destijds als bevelhebber van de Koninklijke Landmacht te weinig moeite gedaan om minister Voorhoeve te informeren en is onproffesioneel geweest in zijn loyaliteit naar de Landmacht; Voorhoeve heeft onvoldoende daadkracht getoond in het boven tafel krijgen van informatie. Couzy kreeg informatie over oorlogsmidaden in debriefings van Dutchbat in Zagreb en gaf dit niet door aan minister Voorhoeve, die op zijn beurt voor de debriefing van Dutchbat in Assen geen duidelijke schriftelijke opdracht heeft geformuleerd, waardoor belangrijke informatie in het debriefingsrapport achterwege is gelaten. Bij het mislukken van het fotorolletje van Dutchbat met opnamen van de gruweldaden in Srebrenica zijn geen aanwijzing gevonden voor opzet, maar is sprake van een menselijke fout. Het besluit van Landmacht-bevelhebber Ad van Baal om in 2002 af te treden is begrijpelijk maar niet terecht, al heeft minister De Grave van Defensie juist gehandeld door dit besluit te accepteren. - slotopmerkingen: het boek van de genocide is met dit rapport niet gesloten; Nederland moet streven naar verbetering van de dialoog met de VN, blijven aandringen op arrestatie van de Bosnisch-Servische leiders Mladic en Karadzic en een actieve bijdrage blijven leveren aan verbetering van de positie van nabestaanden en slachtoffers. De Nederlandse blauwhelmen verdienen waardering voor de uitvoering van hun taak in "bijzonder moeilijke omstandigheden" en de politiek is ten volle verantwoordelijk voor hun uitzending en hun zware situatie. Het Kabinet-Kok heeft met haar aftreden na de verschijning van het NIOD-rapport haar politieke verantwoordelijkheid genomen. SHOTS: rijer langs luisterende commissieleden; cu rapport. * 12:49:50 PERSCONFERENTIE De verzamelde pers, onder wie Pim van Galen, parlementair redacteur van Den Haag Vandaag, en Kees Groot, verslaggever Radio 1, krijgt gelegenheid tot vragen stellen aan Bakker. Hierbij wordt nader ingegaan op de naam van Dutchbat die nu gezuiverd is, de fouten van de politiek die geen voorwaarden stelde aan uitzending, de kritiek op Couzy en de onkunde van de Landmacht, de verantwoordelijkheid van Janvier t.a.v. de luchtsteun en het aftreden van Van Baal. * 11:46:21 + 13:03:44 STUDIOGESPREK met NIOD-directeur Hans Blom en oud-minister Bram Stemerdink van Defensie. Beiden vinden het verklaarbaar dat Dutchbat de val van Srebrenica niet heeft voorkomen. Blom houdt vast aan de constatering in het NIOD-rapport van "onwil" bij de Landmacht, waarbij de jarenlange verstoorde verhoudingen tussen opperbevelhebber en minister van Defensie een grote invloed hebben gehad. Hij vindt wel dat minister De Grave in 2002 hard van stapel is gelopen in het accepteren van Van Baal's aftreden. Stemerdink vindt dat De Grave Van Baal had moeten ontslaan; door het besluit aan Van Baal te laten heeft De Grave het fundamentele wantrouwen van militairen t.a.v. de politiek bevorderd. Beiden vinden het eerherstel voor Van Baal terecht en delen de kritiek op Couzy, al heeft minister Voorhoeve onvoldoende verantwoordelijkheid genomen. ARCHIEFMATERIAAL: aanval van Servische troepen; fragmenten verhoren tijdens de parlementaire enquête van Dutchbatters L. van Duijn en J. Groen, Dutchbat-commandant Thom Karremans, opperbevelhebber Van Baal, Hans Blom. * 13:16:47 REACTIE DUTCHBAT INTERVIEW van Journaal-verslaggeefster Nicole le Fever met adjudant Wim Dijkema, oud-Dutchbat, in Assen waar voormalige blauwhelmen de presentatie van het rapport gevolgd hebben. Dijkema zegt blij te zijn met het feitelijke eerherstel en hoopt dat nu de aandacht weer kan gaan naar de nabestaanden. * 13:19:41 STUDIOGESPREK met Kamerleden Nehabat Albayrak (PvdA) en Camiel Eurlings (CDA). Beiden vinden de conclusie dat Dutchbat niets te verwijten valt terecht. De politieke partijen hebben te lichtvaardig gedacht over de uitzending en het mandaat van Dutchbat. De kritiek van het rapport op de Dutchbat-leiding vinden beiden tweeslachtig en een reden voor debat in de Kamer. Eurlings vindt dat het besluit tot aftreden van Van Baal te drastisch is genomen; dit had na de parlementaire enquête moeten gebeuren.
6618
xsd:string
PGM117752
PRESENTATIE RAPPORT PARLEMENTAIRE ENQUETE SREBRENICA
NOS

Blank nodes