Rechtstreekse uitzending, verzorgd door NOS Actueel, van de
presentatie van het eindrapport 'Missie zonder Vrede' van de
parlementaire enquêtecommissie Srebrenica, die de rol van de
Nederlandse vredestroepen (Dutchbat), de Nederlandse politiek
en de VN onderzocht voor, tijdens en na de val van de
moslim-enclave Srebrenica in juli 1995 en de massamoord
daarna op de mannelijke moslim-bevolking door Servische
troepen. Na de presentatie van het rapport in de oude zaal
van de Tweede Kamer vindt daar een toelichting en een
persconferentie plaats, gevolgd door een reactie van Dutchbat
vanuit Assen en gesprekken vanuit de studio in Den Haag.
Presentatie vanuit de Haagse studio door Ferry Mingelen.
De parlementaire enquêtecommissie, bestaande uit de
Kamerleden Bibi de Vries (VVD), Bert Koenders (PvdA), Aart
Mosterd (CDA), Tineke Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Fenna
Vergeer-Mudde (SP) en voorzitter Albert Dirk Bakker (D66)
werd in juni 2002 door de Kamer benoemd en heeft van 6
november tot 7 december 2002 hoorzittingen gehouden. De
commissie heeft zich bezigghouden met de vraag of Dutchbat de
val van de enclave had kunnen voorkomen, of de Tweede Kamer
en de kabinetten-Kok en -Balkenende verantwoorde beslissingen
genomen hebben en of de Koninklijke Landmacht het falen van
Dutchbat in de doofpot gestopt heeft.
12:00:56 PRESENTATIE VAN HET RAPPORT
VERKLARINGEN van:
- voorzitter Bakker, geflankeerd door Kamervoorzitter
Weisglas en de voltallige enquêtecommissie. Hij meldt dat de
commissie de opdracht had om in kort tijdsbestek onderzoek te
doen, op basis van het in 2002 verschenen NIOD-rapport, maar
daarbij toch geprobeerd heeft de val van de enclave en de
slachtoffers voor ogen te houden. Hij meldt ook dat de
conclusies unaniem door alle commissieleden worden
onderschreven;
- Weisglas, die spreekt van "een der snelste commissies
ooit", die in zeven maanden tijd aan de eis heeft voldaan en
hij belooft op een spoedige, maar zorgvuldige behandeling
door de Kamer toe te zien.
SHOTS: aanbieden van het rapport door Bakker aan Weisglas;
cu's rapport 'Missie zonder Vrede'.
*
12:10:10 TOELICHTING OP HET RAPPORT
VERKLARING van Bakker die een nadere toelichting geeft op het
ontstaan van het rapport, dat zich onderscheidt van het
NIOD-rapport door de openbare verhoren van de politieke,
ambtelijke en militaire verantwoordelijken. Er zijn geen
nabestaanden gehoord, maar er is wel een bezoek gebracht in
Bosnië aan de organisaties van vrouwen van Srebrenica en een
verslag van dit bezoek is in het rapport opgenomen. Van de
VN-verantwoordelijken heeft alleen toenmalig
VN-opperbevelhebber Rupert Smith ingestemd met een openbaar
verhoor. Bakker geeft aan dat het onderzoek zich op vier
fases geconcentreerd heeft, waarbij de commissie de volgende
conclusies getrokken heeft:
- fase 1: besluit tot uitzending van de luchtmobiele brigade.
Er heeft geen integrale besluitvorming van kabinet en Tweede
Kamer plaatsgevonden; humanitaire factoren werden
belangrijker geacht dan de haalbaarheid van de missie;
militaire bezwaren over de effectiviteit van de missie kregen
geen aandacht. De aard en de ernst van het conflict zijn door
de politiek niet onderkend en het kabinet had vooraf geen
strategie bepaald voor onderhandelingen met de VN over de
uitzending, de specifieke locatie Srebrenica en het mandaat
van Dutchbat.
- fase 2: de aanloop tot de val van de enclave. Minister
Joris Voorhoeve van Defensie heeft in mei 1995 een bezoek aan
Srebrenica gebracht en meldde toen dat de situatie
uitzichtloos was. Daarop heeft het kabinet gepoogd de
internationale aanwezigheid in het gebied te versterken, maar
dat had voorafgaand aan de uitzending van Dutchbat moeten
plaatsvinden; bovendien waren evacuatieplannen voor Dutchbat
onvoldoende uitgewerkt.
- fase 3: de val van de enclave. De VN wordt in hoge mate
verantwoordelijk gehouden voor de val. In mei 1995 heeft de
VN laten weten dat de eigen veiligheid van de troepen boven
uitvoering van het mandaat stond. De opdracht van de VN tot
het instellen van zgn. "blocking positions" ter verdediging
tegen de aanval zijn onvoldoende bij Dutchbat doorgedrongen.
De verwachting van Dutchbat van luchtsteun om de Servische
aanval te stoppen waren volledig terecht en toenmalig
VN-opperbevelhebber Janvier was verantwoordelijk voor het
uitblijven daarvan. De hogere UNPROFOR-leiding is tekort
geschoten in de bescherming en de evacuatie van de
vluchtelingen. Dutchbat heeft met inzet en compassie op de
vluchtelingenstroom gereageerd, al had de bataljonscommandant
de compound open moeten stellen. Er zijn geen oorlogsmisdaden
door Dutchbat gepleegd, maar alleen door de Serviërs.
Dutchbat heeft weliswaar het gevaar voor de moslim-mannen
onderschat, maar kan niet verantwoordelijk gesteld worden
voor de scheiding van moslim-mannen en -vrouwen en was niet
in staat om het afvoeren van de moslim-mannen tegen te
houden. Minister Voorhoeve had Dutchbat duidelijker
instructies moeten geven t.a.v. de zgn. "blocking positions"
en het niet meewerken aan de scheiding van mannen en vrouwen.
Het Kabinet-Kok heeft in het algemeen adequaat gehandeld, al
is de betekenis van de term "lotsverbondenheid met de
vluchtelingen" in de ministerraad niet uitgediscussieerd en
is onderschat waartoe de Serviërs in staat waren.
- fase 4: de nasleep en de verwerking van de informatie.
Nooit mag meer sprake zijn van onvoldoende
informatievoorziening van de Landmacht aan de minister van
Defensie omdat dit hem belemmert in zijn
verantwoordingsplicht aan de Kamer; daartoe zijn fundamentele
hervormingen in defensie noodzakelijk. H.A. Couzy heeft
destijds als bevelhebber van de Koninklijke Landmacht te
weinig moeite gedaan om minister Voorhoeve te informeren en
is onproffesioneel geweest in zijn loyaliteit naar de
Landmacht; Voorhoeve heeft onvoldoende daadkracht getoond in
het boven tafel krijgen van informatie. Couzy kreeg
informatie over oorlogsmidaden in debriefings van Dutchbat in
Zagreb en gaf dit niet door aan minister Voorhoeve, die op
zijn beurt voor de debriefing van Dutchbat in Assen geen
duidelijke schriftelijke opdracht heeft geformuleerd,
waardoor belangrijke informatie in het debriefingsrapport
achterwege is gelaten. Bij het mislukken van het fotorolletje
van Dutchbat met opnamen van de gruweldaden in Srebrenica
zijn geen aanwijzing gevonden voor opzet, maar is sprake van
een menselijke fout. Het besluit van Landmacht-bevelhebber Ad
van Baal om in 2002 af te treden is begrijpelijk maar niet
terecht, al heeft minister De Grave van Defensie juist
gehandeld door dit besluit te accepteren.
- slotopmerkingen: het boek van de genocide is met dit
rapport niet gesloten; Nederland moet streven naar
verbetering van de dialoog met de VN, blijven aandringen op
arrestatie van de Bosnisch-Servische leiders Mladic en
Karadzic en een actieve bijdrage blijven leveren aan
verbetering van de positie van nabestaanden en slachtoffers.
De Nederlandse blauwhelmen verdienen waardering voor de
uitvoering van hun taak in "bijzonder moeilijke
omstandigheden" en de politiek is ten volle verantwoordelijk
voor hun uitzending en hun zware situatie. Het Kabinet-Kok
heeft met haar aftreden na de verschijning van het
NIOD-rapport haar politieke verantwoordelijkheid genomen.
SHOTS: rijer langs luisterende commissieleden; cu rapport.
*
12:49:50 PERSCONFERENTIE
De verzamelde pers, onder wie Pim van Galen, parlementair
redacteur van Den Haag Vandaag, en Kees Groot, verslaggever
Radio 1, krijgt gelegenheid tot vragen stellen aan Bakker.
Hierbij wordt nader ingegaan op de naam van Dutchbat die nu
gezuiverd is, de fouten van de politiek die geen voorwaarden
stelde aan uitzending, de kritiek op Couzy en de onkunde van
de Landmacht, de verantwoordelijkheid van Janvier t.a.v. de
luchtsteun en het aftreden van Van Baal.
*
11:46:21 + 13:03:44 STUDIOGESPREK met NIOD-directeur Hans
Blom en oud-minister Bram Stemerdink van Defensie. Beiden
vinden het verklaarbaar dat Dutchbat de val van Srebrenica
niet heeft voorkomen. Blom houdt vast aan de constatering in
het NIOD-rapport van "onwil" bij de Landmacht, waarbij de
jarenlange verstoorde verhoudingen tussen opperbevelhebber en
minister van Defensie een grote invloed hebben gehad. Hij
vindt wel dat minister De Grave in 2002 hard van stapel is
gelopen in het accepteren van Van Baal's aftreden. Stemerdink
vindt dat De Grave Van Baal had moeten ontslaan; door het
besluit aan Van Baal te laten heeft De Grave het fundamentele
wantrouwen van militairen t.a.v. de politiek bevorderd.
Beiden vinden het eerherstel voor Van Baal terecht en delen
de kritiek op Couzy, al heeft minister Voorhoeve onvoldoende
verantwoordelijkheid genomen.
ARCHIEFMATERIAAL: aanval van Servische troepen; fragmenten
verhoren tijdens de parlementaire enquête van Dutchbatters L.
van Duijn en J. Groen, Dutchbat-commandant Thom Karremans,
opperbevelhebber Van Baal, Hans Blom.
*
13:16:47 REACTIE DUTCHBAT
INTERVIEW van Journaal-verslaggeefster Nicole le Fever met
adjudant Wim Dijkema, oud-Dutchbat, in Assen waar voormalige
blauwhelmen de presentatie van het rapport gevolgd hebben.
Dijkema zegt blij te zijn met het feitelijke eerherstel en
hoopt dat nu de aandacht weer kan gaan naar de nabestaanden.
*
13:19:41 STUDIOGESPREK met Kamerleden Nehabat Albayrak (PvdA)
en Camiel Eurlings (CDA). Beiden vinden de conclusie dat
Dutchbat niets te verwijten valt terecht. De politieke
partijen hebben te lichtvaardig gedacht over de uitzending en
het mandaat van Dutchbat. De kritiek van het rapport op de
Dutchbat-leiding vinden beiden tweeslachtig en een reden voor
debat in de Kamer. Eurlings vindt dat het besluit tot
aftreden van Van Baal te drastisch is genomen; dit had na de
parlementaire enquête moeten gebeuren.